Binnen het CNRS zijn zo’n 32.000 mensen werkzaam waarvan 26.000 een aanstelling voor het leven hebben; 11.600 onderzoekers en 14.400 technici en administratieve medewerkers. Het CNRS dat voor 2008 over een budget van 3,277 miljard euro beschikt waarvan 588 miljoen euro eigen middelen, heeft vestigingen over heel Frankrijk en verricht onderzoek in alle wetenschappelijke disciplines.
Valérie Pécresse geeft in het interview aan dat ze af wil van de complexiteit van de organisatie van het Franse publieke onderzoek. Zo vormt het merendeel van de CNRS-laboratoria een samenwerkingsverband met andere onderzoeksinstituten en vooral met universiteiten. De meeste van deze laboratoria zijn ook gehuisvest binnen universiteiten. Op zich is dat niet ongunstig. Echter, bij dergelijke samenwerkingsverbanden zijn geregeld drie, vier of vijf verschillende partners betrokken. Dit maakt het administratieve beheer bijzonder complex, met name waar het gaat om bijvoorbeeld openbare aanbestedingen en bescherming van intellectueel eigendom. Valérie Pécresse wil het maximaal aantal partijen bij een gezamenlijk laboratorium terugbrengen naar twee.
Ook zorgt het systeem ervoor dat de Franse universiteiten en instituten slecht scoren op internationale ranglijsten omdat de resultaten verdeeld zijn over een te groot aantal instellingen. Deze situatie moet beter georganiseerd en transparanter worden. Pécresse wil de onderlinge concurrentie tussen onderzoekslaboratoria binnen eenzelfde wetenschapsgebied temperen door per discipline één nationaal coördinerend instituut aan te wijzen.
Leiderschap CNRS in zes disciplines
Daartoe heeft de Franse regering zes terreinen geselecteerd waarop het CNRS een leidende positie in Frankrijk bezet en daarom de coördinatie op nationaal niveau zal verrichten.
Deze zes disciplines zijn:
1. wiskunde 2. natuurkunde 3. chemie 4. technologische wetenschappen (sciences de l’ingénieur) 5. mens- en sociale wetenschappen 6. ecologie en biodiversiteit.
Voor deze disciplines zullen zes nationale instituten gecreëerd worden, naast de twee reeds bestaande CNRS-instituten op het gebied van kernfysica (IN2P3, Institut National de Physique Nucléaire et de Physique des Particules) en astronomie (INSU, Institut National des Sciences de l’Univers). Het IN2P3 en het INSU worden met grote regelmaat aangehaald als het juiste voorbeeld van hoe de zes nieuwe CNRS-instituten zouden moeten functioneren.
Twee belangrijke disciplines ontbreken in het rijtje: levenswetenschappen en ICT. Voor deze gebieden vindt de minister dat het CNRS weliswaar goed en veel werk verricht maar in Frankrijk geen leidende rol heeft. Een opmerkelijk gegeven, gezien het feit dat 23% van de CNRS-onderzoekers aan life sciences werkt. Het CNRS zal dus geen instituten maar directies krijgen op deze twee gebieden.
Voor wat betreft de levenswetenschappen zal waarschijnlijk het INSERM (Institut National de la Santé et de la Recherche Médicale) de coördinatie in handen krijgen in nauwe samenwerking met CNRS, maar ook INRA (nationaal agronomisch onderzoeksinstituut) en CEA (Commissariat à l’Energie Atomique).
Op het gebied van ICT zal het INRIA (Institut National de la Recherche en Informatique et en Automatique) belast worden met de nationale coördinatie van het onderzoek.
Efficiëntie en transparantie voor excellentie
Achterliggende gedachte van de hervorming is dat er een coherent nationaal onderzoeksbeleid ontstaat, de onderzoeksmiddelen efficiënter worden gebruikt, de wetenschappelijke resultaten internationaal zichtbaarder worden en dat er meer en beter samengewerkt wordt.
Minister Pécresse verzekert het CNRS dat het instituut er transparanter op zal worden en een betere uitstraling zal krijgen zonder dat er wijzigingen plaatsvinden met betrekking tot het werkterrein of het statuut van de onderzoekers.
Vooralsnog staan de CNRS-medewerkers sceptisch tegenover het plan. Men beweert dat het CNRS uiteindelijk slechts een betaalkantoor zal worden en over enige tijd weinig of geen zeggenschap meer zal hebben over inhoudelijke zaken.
De tijd zal het leren. Duidelijk is dat de regering Sarkozy snel wil handelen. De planning lijkt sterk op die van de Wet op Universitaire Autonomie die in 2007 tijdens het zomerreces werd aangenomen.
|