De Zweedse regering heeft een nieuwe beleidsdoelstelling gedefinieerd: het scheppen van condities zodat Zweden in 2020 niet meer afhankelijk is van olie. Met een pakket van maatregelen zoals belastingvoordelen, het stimuleren van investeringen in groene energie en meer onderzoek en ontwikkeling hoopt de Zweedse regering deze doelstelling te bereiken. De bosbouw en houtindustrie spelen een belangrijke rol in de overstap van olie naar biobrandstoffen. Steeds meer fabrieken met een hoge energiebehoefte stappen over op restproducten van de bosbouw zoals takken, bast en wortels van bomen. Met name voor particuliere huishoudens en gemeentelijke voorzieningen zoals scholen, en sportgebouwen zijn de pellets, brokjes sterk gecomprimeerd houtzaagsel, een aantrekkelijk alternatief voor olie. Zorgen over een toekomstig tekort zijn er niet. Om dit moment wordt slechts een klein deel van de restproducten van de bosbouw gebruikt voor biobrandstoffen, en daarnaast is er natuurlijk altijd nog het hout zelf. Sinds 1970 is het olieverbuik in Zweden gedaald van 350 TWh naar 200 TWh, wat nu ruim een derde van de totale energiebehoefte is. Een gunstige ontwikkeling, mede dankzij de opkomst van de biobrandstoffen en de kernenergie. De grootste uitdaging ligt echter bij de transportsector die nog steeds voor ruim 70 procent afhankelijk is van olieproducten. Ethanol is de biobrandstof waarin Zweden gelooft als overgangsmiddel voor de transportsector. Het aantal E85 (Ethanol 85 procent)- tankstations zal in 2009 zijn uitgebreid tot ruim 2000, en auto’s met flexifuel motoren, die ook ethanol accepteren (zoals de Saab 9-5 en Ford Focus) vinden gretig aftrek in Zweden, mede door gunstige belastingmaatregelen. Toch blijft de transportsector een zorgenkind. Volgens een aantal Zweedse deskundigen is 2020 geen haalbare datum, maar moet eerder gedacht worden aan 2030. Is de doelstelling om onafhankelijk te worden van olie in 2020 dan wel realistisch? Misschien niet, maar misschien dat de weg er naartoe belangrijker is dan het eindresultaat. Met een auto-industrie die het land dreigt te verlaten zouden de flink gestimuleerde ethanolontwikkelingen wel eens de redding kunnen zijn. Alle flexifuel-motoren van de merken Saab, Volvo en Ford zijn lokale Zweedse (ontwikkelings)initiatieven die door hun grote succes inmiddels zijn overgenomen door de Amerikaanse moederbedrijven GM en Ford Motor Company. Schattingen geven aan dat onderzoek en ontwikkeling van nieuwe motoren en biobrandstoffen 20 duizend nieuwe banen schept tot 2020, en daarnaast dat er nog eens 100 duizend indirecte banen worden gecreëerd, mits Zweden voorloper blijft op het gebied van motoren voor biobrandstoffen en hybride oplossingen. |
Inleiding De Zweedse regering heeft een nieuwe beleidsdoelstelling gedefinieerd: het scheppen van condities opdat Zweden in 2020 de onafhankelijkheid van olie bereikt. Hiertoe heeft de regering een commissie samengesteld onder leiding van minister-president Göran Persson. Het is de Zweden menens, maar is het ook realistisch? In dit artikel kort een toelichting op het nationale programma en de ontwikkelingen van biobrandstoffen uit van de bosbouw voor industrie en transport.
Nationaal programma De ingestelde commissie heeft een nationaal programma ontwikkeld dat bestaat uit een aantal maatregelen om de afhankelijkheid van olie in verwarming en transport sterk te verminderen. Daarnaast zal het programma steeds worden bijgesteld naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen. De belangrijkste maatregelen zijn:
- Belastingvoordelen voor conversie van olie naar een milieuvriendelijkere alternatief. In Zweden worden nog veel huizen op olie gestookt. Door middel van subsidies worden huiseigenaren gestimuleerd over te stappen op milieuvriendelijkere methodes zoals aardwarmte en stadsverwarming. Ook gemeentelijke gebouwen zoals ziekenhuizen, bibliotheken en zwembaden worden financieel gesteund om over te stappen op milieuvriendelijkere alternatieven.
- De doelstelling is om de gehele energievoorziening te baseren op groene brandstoffen. De Zweedse regering verhoogt het verplichte aandeel groene electriciteit van 4,5 TWh naar 15 Twh in 2016. Het electriciteitsbedrijf Vattenfall (waarvan de Staat eigenaar is) heeft daarom de opdracht gekregen om de komende jaren grote investeringen te doen in groene electriciteit.
- Maatregelen voor biobrandstoffen: Brandstoffen die koolstofdioxideneutraal zijn worden vrijgesteld van koolstofdioxidebelasting en energieaccijnzen voor een periode van vijf jaar. Milieuvriendelijke auto’s zijn daarnaast vrijgesteld van spitsheffing in Stockholm en kunnen in een groot aantal gemeentes gratis parkeren. Zakelijke milieuvriendelijke auto’s hebben een lagere bijtelling bij de inkomstenbelasting.
- Onderzoek en kennis: de investeringen in onderzoek en nieuwe kennis zullen verhoogd worden tot bijna € 90 miljoen per jaar. Aandacht gaat hier vooral uit naar biobrandstoffen, vergassing van biomassa en beschikbaar stellen van durfkapitaal.
Het groene goud van Zweden: de bossen De bosbouw en houtindustrie spelen een belangrijke rol in de overstap van olie naar biobrandstoffen. Met name voor particuliere huishoudens en gemeentelijke voorzieningen zoals scholen, sportgebouwen etcetera zijn pellets, brokjes sterk gecomprimeerd houtzaagsel, een aantrekkelijk alternatief voor olie. De bestaande verwarmingsinstallaties gebaseerd op verbranding van olieproducten kunnen eenvoudig worden omgebouwd tot pelletsverbranders. Steeds meer fabrieken met een hoge energiebehoefte stappen over op restproducten van de bosbouw zoals takken, bast en wortels van bomen.
In een experimentele fabriek in Noord-Zweden wordt ethanol vervaardigd uit houtzaagsel. In 2009 hoopt men voldoende kennis te hebben om een volwaardige productie van ethanol op te starten. Zorgen over een toekomstig tekort aan grondstof zijn er niet. Om dit moment wordt slechts een klein deel van de restproducten van de bosbouw gebruikt voor biobrandstoffen en daarnaast is er natuurlijk altijd nog het hout zelf. Het grootste voordeel blijft dat de biobrandstoffen lokaal kunnen worden geproduceerd, en dus niet vanuit de hele wereld moeten worden aangevoerd, zoals olie.
Transportsector blijft een uitdaging Sinds 1970 is het olieverbuik in Zweden gedaald van 350 TWh naar 200 TWh, wat nu ruim een derde van de totale energiebehoefte is. Een goede ontwikkeling, mede dankzij de opkomst van de biobrandstoffen en de kernenergie. De grootste uitdaging ligt echter bij de transportsector die nog steeds voor ruim 70 procent afhankelijk is van olie. Ethanol is de biobrandstof waarin Zweden gelooft als overgangsmiddel voor de transportsector. Het aantal E85 (Ethanol 85 procent)-tankstations zal in 2009 zijn uitgebreid tot ruim 2000 (is nu 360), en auto’s met flexifuel-motoren, zoals de Saab 9-5 en Ford Focus, vinden gretig aftrek in Zweden, mede door gunstige belastingmaatregelen.
Zweden heeft twee ethanolfabrieken die gezamenlijk 65 miljoen liter ethanol produceren. De rest, 195 miljoen liter wordt uit Brazilië geïmporteerd (ruim 8 procent van de Braziliaanse export). Er zijn op dit moment drie nieuwe fabrieken gepland waarmee de totale ethanolproductie in 2015 ongeveer 425 miljoen liter zal bedragen: ongeveer een derde van de totale behoefte van de Zweedse transportsector in 2015. De rest zal dan nog steeds geïmporteerd moeten worden.
Realistische doelstellingen? Onafhankelijkheid van olie, is het een realistische doelstelling? Het olieverbruik, zal voornamelijk door de hoge prijzen verder afnemen en waar men verschillende alternatieven heeft zoals verwarming van gebouwen zal 2020 een haalbare kaart kunnen zijn. De transportsector blijft echter een zorgenkind. Volgens een aantal Zweedse experts werkzaam in de autobranche is 2020 geen haalbare datum, maar moet eerder gedacht worden aan 2030. Ondanks de verschillende maatregelen voor het stimuleren van biobrandstoffen en gratis parkeren bestaat de autoverkoop in Zweden nog steeds voor 80 procent uit auto’s met motoren voor fossiele brandstoffen. Dit aantal zal zeker door hogere olieprijzen en belastingen dalen maar rekening houdend met een gemiddelde levensduur van 16 jaar voor een auto valt te voorspellen dat in 2020 nog steeds een groot wagenpark bestaat dat afhankelijk is van fossiele brandstoffen.
Motor voor innovatie? Maar is er misschien een andere reden waarom de Zweedse overheid haast maakt met ethanolpromotie? Met een autoindustrie die het land dreigt te verlaten zouden de ethanolontwikkelingen wel eens de redding kunnen zijn. Alle flexifuelmotoren van de merken Saab, Volvo en Ford zijn lokale Zweedse (ontwikkelings)initiatieven die door hun grote succes inmiddels zijn overgenomen door de Amerikaanse moederbedrijven GM en Ford Motor Company. Daarnaast zijn Volvo en Scania druk bezig met de ontwikkeling van hybride motoren voor vrachtwagens en bussen. Schattingen geven aan dat onderzoek en ontwikkeling van nieuwe motoren en biobrandstoffen 20 duizend nieuwe banen schept tot 2020 en dat er nog eens 100 duizend indirecte banen worden gecreëerd mits Zweden koploper blijft op het gebied van motorontwikkelingen voor biobrandstoffen en hybride oplossingen. Dus misschien is de weg ernaar toe wel belangrijker dan het eindresultaat.
Bronnen en meer informatie 1. Energie- en milieubeleid van het Ministerie van Duurzame Ontwikkeling, meeting Ministerie van Duurzame Ontwikkeling, 29 maart 2006 2. Presentatie BAFF tijdens Sveriges Energiting, Per Carstedt, 7 maart 2006 3. Gesprek over beschikbaarheid bosbouwproducten voor biobrandstoffen, Thomas Ulvcrona, 12 april 2006, Swedish University of Agricultural Science 4. Zweedse Bioenergievereniging, zie www.svebio.se 5. Produktion av etanol ökar in hela världen, NyTeknik, 24-04-2006 6. Bioenergy for a sustainable future, zie www.regeringen.se 7. Experimentele fabriek bioethanol van houtzaagsel, zie www.etek.se 8. Bi-Alcohol Fuel Foundation Sweden, zie www.baff.info 9. Olja ska vara borta från Sverige år 2020, milieuminister Mona Sahlin, Dagens Nyheter, Debatt 1 oktober 2005, zie ook www.regeringen.se 10. Leif (Volvo) och Leif (Scania) väljer olika vägar, NyTeknik, 12-04-2006 11. Oljepriset tvingar industrin att banta, NyTeknik, 10-05-2006 |